back

News


Historie in silver ende bevingen

Article in Dutch about TANAP by Henk van Renssen in "de Volkskrant", 3 maart 2001: The archives of the VOC contain much information about the history of Asia.

De archieven van de VOC leren veel over de geschiedenis van Azië. Met steun van de Nederlandse overheid gaan daarom Aziatische onderzoekers door de onafzienbare massa's zeventiende- en achttiende-eeuws papier.

Als een eenzame VOC-koopman op zijn post op het eiland Formosa (nu Taiwan) in de zeventiende eeuw rapport uitbracht aan de Gouverneur-Generaal in Batavia, dan ging hij er eens goed voor zitten.

't Land geeft mede hoop van silver ende goudmijnen', schreef er één enthousiast, 'brengt ook wel swavel voort, waar door 'et veele aardbevingen onderworpen is, die aldaar somwijlen wel veertien daagen agter malkander duyren sonder eenig ophouden, ende seer schrikkelijk en vervaarlijk hart zijn, dat men somwijlen denkt dat 'et geheele Eyland door de Zee ingeslokt, ende in de selve weg sinken sal.'

Heb je iets aan zo'n bloemrijke passage als je historicus bent en de geschiedenis van de Verenigde Oostindische Compagnie bestudeert? Niet echt. Maar wat als je geïnteresseerd bent in het verleden van Taiwan? Dan komen er aardige feitjes bovendrijven.

Er was zilver en goud op het eiland, dat blijkbaar nog niet werd gewonnen. Zwavel kwam er ook voor, en die werd in verband gebracht met langdurige aardbevingen. Blijkbaar ging het eiland, dat op een tektonisch breukvlak ligt, door turbulente tijden. Je vraagt je meteen af welke gevolgen dat zal hebben gehad voor het sociale leven van de bewoners.

Het zijn kleine gegevens, maar van onschatbare waarde voor de Aziatische geschiedenis, zegt prof. dr. Leonard Blussé, hoogleraar geschiedenis van de Europees-Aziatische betrekkingen in Leiden. Blussé is initiatiefnemer van een omvangrijk historisch project dat op 1 januari is begonnen, het zogeheten Tanap (Towards A New Age of Partnership). Doel van het Tanap-programma: in samenwerking met Aziatische archieven de omvangrijke nalatenschap van de VOC in Azië en Zuid-Afrika proberen te behouden voor het nageslacht en te gebruiken voor onderzoek naar de geschiedenis van Azië, vooral door Aziaten zelf.

Volgend jaar is het vierhonderd jaar geleden dat de VOC werd opgericht, zegt Blussé. Maar vreemd genoeg is dit soort werk nog nooit eerder verricht op deze schaal.

De archieven bevinden zich vaak, door het tropische klimaat en het gebrek aan aandacht en expertise, in zeer slechte staat. En als ze door onderzoekers werden gebruikt, zegt Blussé, dan waren dat vaak Nederlanders die 'de geschiedenis van de VOC wilden optekenen of zelfs onze koloniale aanwezigheid in Azië wilden rechtvaardigen aan de hand van bijvoorbeeld handelsverdragen die waren gesloten'.

Het Algemeen Rijksarchief in Den Haag is verantwoordelijk voor het verbeteren van de toestand en de toegankelijkheid van de archiefstukken. Het heeft van de ministeries van OC en W en van Buitenlandse Zaken vijf miljoen gulden gekregen om samenwerkingsverbanden aan te gaan met de plaatselijke archieven. Er wordt geprobeerd archivisten en conservatoren ter plaatse op te leiden en van beter materiaal te voorzien. Bovendien zijn er plannen om een inventaris te maken van de stukken. Zo kan later worden beoordeeld welke documenten als eerste geconserveerd moeten worden of op zijn minst op microfilm gezet.

Want lang niet alles zal bewaard kunnen worden. 'Het gaat in totaal om ongeveer 25 miljoen bladzijden', zegt dr. Pieter Koenders van het Algemeen Rijksarchief. Dat is een archief van bijna vier kilometer lang. Meer dan 1300 meter ligt opgeslagen in Den Haag, maar de rest is over de wereld verspreid, op plaatsen waar de VOC belangrijke nederzettingen had. In Jakarta, het oude Batavia, ligt 1800 meter, in Kaapstad in Zuid-Afrika 322 meter, in Colombo, Sri Lanka 310 meter en in Chennai in India 64 meter.

Behalve op de onmetelijke hoeveelheid papier die de zeer bureaucratisch georganiseerde VOC heeft achtergelaten, stuiten de archivarissen op politieke problemen. Het Nationaal Archief van Indonesië wilde niet meedoen met Tanap, zegt Koenders. De VOC wordt daar nog altijd geassocieerd met het begin van de koloniale onderdrukking. Gelukkig werkt Jakarta nu wel samen in een ander project, dat de archieven van de Nederlandse aanwezigheid over de gehele koloniale periode beslaat. Dat programma wordt deels gefinancierd vanuit het Tanap-potje.

In India zijn er problemen met de autoriteiten van de deelstaat Tamil Nadu, waar Chennai, het vroegere Madras, de hoofdstad van is. Koenders: 'In Tamil Nadu zeggen ze: het gaat niet over ons en we kunnen het niet lezen. Bovendien zijn ze arm. We doen erg ons best ze uit te leggen dat het ook over hún geschiedenis gaat.'

Dat is precies het doel van de onderzoekspoot van het Tanap-project . Die moet over zes jaar minstens veertien gepromoveerde historici afleveren die met behulp van de archieven onderzoek hebben gedaan naar de Aziatische en Zuid-Afrikaanse geschiedenis in de zeventiende en achttiende eeuw.

Vier daarvan zullen Nederlanders zijn, maar de rest zal uit de regio zelf komen. Om dat voor elkaar te krijgen, is in Leiden, onder leiding van de Onderzoekschool voor Aziatische, Afrikaanse en Amerindische Studiën (CNWS) een stoomcursus van negen maanden opgezet voor twintig afgestudeerde historici uit Azië en Zuid-Afrika.

Ze krijgen les in modern en zeventiende-eeuws Nederlands, in het lezen van de documenten en in verschillende onderzoeksmethoden. De tien die daarna het beste onderzoeksvoorstel indienen, mogen aan de slag als beursaal.

Op 1 januari zijn de eerst acht begonnen. Ze komen uit Birma, Thailand, Maleisië, Singapore, Indonesië, China en Japan. Volgend jaar moeten er twaalf volgen, afkomstig uit landen als India, Iran, Jemen, Sri Lanka, Vietnam en Zuid-Afrika - allemaal landen waarin de VOC actief is geweest .

Initiatiefnemer Blussé geeft toe, 'het is een buitengewoon idealistisch project'. Hij hoopt dat 'een nieuwe generatie Aziatische historici wordt opgeleid die een nieuw licht op haar eigen geschiedenis zal werpen'. En dat, hoopt hij weer, zal een 'doordruppeleffect' naar hun eigen samenleving krijgen.

Want dat is hoognodig, zegt hij. 'De nationale geschiedschrijving in veel van die landen is erg clichématig. Men denkt nog altijd dat het kolonialisme en het imperialisme een kans kregen omdat hun eigen samenleving was uitgehold door corruptie en verval in het traditionele vorstenbestuur. Dat is een uiterst simplistische benadering.'

Juist in de zeventiende en achttiende eeuw ontstonden uit allemaal kleine rijkjes de 'grote, krachtige koninkrijken van bijvoorbeeld Siam, Vietnam en Birma', aldus Blussé. En ook China en Japan maakten in die tijd een ongekende groei door. 'Die ontwikkelingen zijn heel bepalend geweest voor hoe die landen er nu uitzien.'

In de traditionele overlevering uit die tijd is dat nauwelijks terug te vinden. Die bestaat volgens Blussé grotendeels uit hofkronieken. Maar de compagniedienaren, schippers en handelaren van de VOC zaten er met hun neus bovenop. Ze noteerden niet alleen alles wat ze verhandelden, maar rapporteerden in opdracht van het hoofdkwartier in Batavia ook wat ze zagen en hoorden. Elke natuurramp en elke politieke, economische of sociale verandering kon immers invloed hebben op de handel.

Hun brieven, ladinglijsten en dagregisters zitten daarom vol met waardevolle wetenswaardigheden. Natuurlijk zijn die teksten ook doorspekt met vooroordelen, zegt Blussé. De westerlingen vonden het te warm, ze waren eenzaam en ze voelden zich voortdurend voor de gek gehouden door die 'zwarten'. Het zijn geen objectieve waarnemingen die de VOC'ers deden. 'Maar daar moet je als historicus doorheen kunnen kijken.'

Copyright: de Volkskrant


Back to Overview News News
Site by Hic et Nunc